ECLI:NL:CRVB:2021:704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als tuinbouwmedewerker, meldde zich in 2009 ziek met rugklachten en ontving vanaf 2011 een WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2017 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn psychische en fysieke klachten onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om de medische bevindingen te betwisten. De Raad onderschreef dit oordeel en wees het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige af, mede omdat de aanvullende medische informatie na de datum in geding lag.
De Raad concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De WGA-uitkering van appellant wordt terecht beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.