AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Rechtbank bevestigt heffing omzetbelasting over vergoedingen Afvalfonds voor gescheiden inzameling verpakkingsafval
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 juni 2024 uitspraak gedaan in een meervoudige bestuursrechtelijke zaak waarin een gemeente beroep instelde tegen correctiebeschikkingen en naheffingsaanslagen omzetbelasting voor de jaren 2015 tot en met 2019. De kern van het geschil betrof de vraag of de vergoedingen die de gemeente van het Afvalfonds ontving voor de gescheiden inzameling van verpakkingsafval in de heffing van omzetbelasting moeten worden betrokken.
De rechtbank overwoog dat tussen de gemeente en het Afvalfonds een rechtsbetrekking bestaat waarbij de gemeente tegen vergoeding duurzame prestaties levert, waaronder inzameling, sortering en rapportage. Dit kwalificeert als een dienst onder bezwarende titel. De rechtbank stelde vast dat de gemeente als ondernemer moet worden aangemerkt, omdat zij een economische activiteit verricht. Het verweer dat de gemeente als overheid handelt en daardoor buiten de heffing valt, werd verworpen omdat de inzameling van verpakkingsafval niet onder een specifiek publiekrechtelijk regime valt en niet wettelijk verplicht is.
Verder werd geoordeeld dat de wettelijke verleggingsregeling niet van toepassing is op de vergoedingen. De naheffingsaanslagen omzetbelasting en de correcties op het BTW-compensatiefonds zijn terecht vastgesteld. Ook het in rekening brengen van belastingrente werd bevestigd, omdat de inspecteur geen beleidsvrijheid heeft en de rente rechtstreeks uit de wet volgt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de gemeente kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De beroepen van de gemeente tegen de correctiebeschikkingen BCF, naheffingsaanslagen omzetbelasting en belastingrentebeschikkingen worden ongegrond verklaard.
Voetnoten
1.Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (Kaderrichtlijn afvalstoffen).
2.Artikel 1, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB).
3.Hof van Justitie 13 december 2007, C-408/06 (Franz Götz), ECLI:EU:C:2007:789, r.o. 15.
4.Zie ook HvJ 12 mei 2016, C-520/14 (Gemeente Borsele), ECLI:EU:C:2016:334, punt 21 en 24, HvJ 3 maart 1994, C-16/93 (Tolsma), ECLI:EU:C:1994:80, punt 14; HvJ 5 juni 1997, C-2/95 (SDC), ECLI:EU:C:1997:278, punt 45, en HvJ 26 juni 2003, C-305/01 (MKG-Kraftfahrzeuge-Factoring), ECLI:EU:C:2003:377, punt 47 en HvJ 29 oktober 2015, C-174/14 (Saudaçor), ECLI:EU:C:2015:733 punt 32.
5.HvJ 29 februari 1996, C-215/94 (Mohr), ECLI:EU:C:1996:72, en HvJ 18 december 1997, C-384/95 (Landboden-Agrardienste), ECLI:EU:C:1997:627.
8.Artikel 13, van de Btw-richtlijn (voorheen artikel 4, lid 5, van de Zesde richtlijn).
9.HvJ EG 17 oktober 1989, C-231/87 (Carpaneto Piazentino), ECLI:EU:C:1989:381; HvJ EG 14 december 2000, C-446/98 (Fazenda Pública), ECLI:EU:C:2000:691; HvJ EG 14 december 2000, nr. C-446/98 (Porto), ECLI:EU:C:2000:691.