ECLI:NL:RBZWB:2024:3939
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens alsnog besluit op bezwaar
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 14 maart 2022. Nadat verweerder op 8 november 2023 alsnog op het bezwaar had beslist, trok verzoeker zijn beroep in. De rechtbank beoordeelt het verzoek tot veroordeling van verweerder in de proceskosten.
Verweerder erkende reeds dat verzoeker recht had op een forfaitaire kostenvergoeding met een wegingsfactor van 0,25 en vergoeding van het griffierecht. De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt dat verweerder € 437,50 aan proceskosten moet betalen, omdat de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn en er geen andere kosten zijn gemaakt.
Daarnaast wordt verweerder verplicht het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. De rechtbank volgt hiermee de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter en wijkt af van een hogere wegingsfactor die elders werd toegepast. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 juni 2024.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht.