Eiser ontvangt een IOAW-uitkering en werkt daarnaast parttime als koerier. Hij heeft loonheffingskorting laten toepassen op zowel zijn uitkering als zijn loon, waardoor de Belastingdienst een aanslag oplegde van € 2.156,-. Eiser verzocht Baanbrekers om vergoeding van dit bedrag, maar dit werd geweigerd omdat loonheffingskorting slechts bij één instantie mag worden toegepast.
Eiser stelde dat hij onvoldoende geïnformeerd was over deze regel en dat hij erop mocht vertrouwen dat Baanbrekers het bedrag zou vergoeden, mede omdat eerdere aanslagen over 2020 en 2021 wel werden vergoed. De rechtbank oordeelt dat er geen wettelijke informatieplicht bestond en dat Baanbrekers geen toezegging heeft gedaan die een beroep op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigt.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de eerdere vergoeding een fout betrof die niet herhaald hoeft te worden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van het bedrag of zijn proceskosten terug.