ECLI:NL:RBZWB:2024:4370
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belaste verhuur van short-stay appartementen en recht op aftrek omzetbelasting
Belanghebbende, een ondernemer in vastgoedontwikkeling, had zes appartementen verbouwd met de intentie deze voor korte periodes (vier tot zes maanden) te verhuren. De inspecteur weigerde de teruggaaf van omzetbelasting over de verbouwingskosten en legde naheffingsaanslagen en boetes op. De kern van het geschil was of de verhuur belast is onder de short-stay-uitzondering van de Wet OB en of de intentie tot belaste verhuur recht geeft op aftrek van voorbelasting.
De rechtbank oordeelde dat de verhuur van de appartementen een belastbare prestatie is omdat deze concurreert met het hotel- en vakantiebestedingsbedrijf, gelet op de korte verblijfsduur, volledige gemeubileerde inrichting en ontzorging van de huurder. De intentie om de appartementen aldus te verhuren is voldoende om het recht op aftrek van voorbelasting te rechtvaardigen.
Als gevolg vernietigde de rechtbank de naheffingsaanslagen, boetes en belastingrente en kende belanghebbende de teruggave van omzetbelasting toe. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Beukers-van Dooren op 25 juni 2024.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslagen en boetes en kent de teruggave van omzetbelasting toe wegens belaste short-stay verhuur.