ECLI:NL:RBZWB:2024:4776
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen verlaagd overdrachtsbelastingtarief voor perceel grond bestemd voor woningbouw
Belanghebbende verwierp de toepassing van het hoge tarief van 10,4% overdrachtsbelasting bij de verkrijging van een perceel grond, stellende dat het verlaagde tarief van 2% voor woningen van toepassing zou moeten zijn omdat het perceel bestemd is voor woningbouw en hij de intentie heeft er zelf te gaan wonen.
De rechtbank stelt vast dat het begrip 'woning' in de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wbr) objectief moet worden beoordeeld op het moment van de juridische overdracht. Jurisprudentie en wetsgeschiedenis maken duidelijk dat grond bestemd voor woningbouw niet als woning wordt aangemerkt voor het verlaagde tarief.
Belanghebbendes beroep op de menselijke maat en het EVRM faalt omdat de wetgever een duidelijke en objectieve afbakening heeft gekozen en er geen bijzondere omstandigheden zijn die een buitensporige last opleveren.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de toepassing van het tarief van 10,4% overdrachtsbelasting op de verkrijging van het perceel grond.
Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van het betaalde griffierecht en geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat het tarief van 10,4% overdrachtsbelasting terecht is toegepast op de verkrijging van het perceel grond.