ECLI:NL:RBZWB:2024:4961
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesaanslag voor omgevingsvergunning bij woningbouwproject
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een legesaanslag van €256.671,65 die verband houdt met de behandeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor woningbouw op een terrein te Goirle. De aanslag betreft de vierde in een serie aanvragen voor hetzelfde project. Belanghebbende stelde dat de totale leges gemaximeerd moesten worden op €500.000 vanwege een projectvrijstelling in de gemeentelijke Verordening.
De rechtbank overwoog dat zij eerder had geoordeeld dat het tariefsmaximum niet geldt voor het totaal van de eerdere drie aanslagen en dat het feitencomplex gelijkluidend is aan de eerdere zaak. De relevante bepalingen van de Verordening zijn materieel gelijk gebleven, waardoor de eerdere uitspraak leidend is. Ook de stelling van belanghebbende dat de gemeente elders het project als één groot project kwalificeerde, leidt niet tot een ander oordeel, omdat de heffingsambtenaar niet gebonden is aan uitlatingen in andere procedures.
De rechtbank concludeert dat de aanslag terecht en naar de juiste hoogte is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra op 18 juli 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.