ECLI:NL:RBZWB:2024:5056
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Josten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Woo-verzoek over nieuwe witwaswet
Eiser heeft op 9 december 2023 een Woo-verzoek ingediend bij de minister van Financiën over de nieuwe witwaswet. Na ontvangstbevestiging en ingebrekestelling stelde eiser op 9 februari 2024 beroep in wegens het uitblijven van een beslissing. De minister diende verweerschriften in, waarop eiser nadere reacties gaf.
De rechtbank beoordeelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep, waarbij misbruik van recht een reden voor niet-ontvankelijkheid kan zijn. Op grond van vaste jurisprudentie en artikelen 3:13 en 3:15 BW kan een beroep worden afgewezen als het evident zonder redelijk doel of met kwade trouw is ingesteld.
De rechtbank constateerde dat eiser in korte tijd meerdere omvangrijke Woo-verzoeken bij verschillende ministeries heeft ingediend, telkens gevolgd door ingebrekestellingen en beroep bij uitblijven van beslissingen. Tijdens een concretiseringsgesprek werd afgesproken dat reeds openbare stukken binnen twee weken worden verstrekt, maar eiser stelde toch spoedig beroep in zonder belang bij spoedige behandeling te tonen.
Gelet op deze handelwijze oordeelde de rechtbank dat eiser zijn recht om beroep in te stellen misbruikt heeft, met als doel het innen van een dwangsom. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het af zonder inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.