Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 augustus 2024 in de zaken tussen
uit Tholen, eiser 1,
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland (GS),
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
1. Wat zijn de feiten?
primair besluit I). GS heeft het besluit gebaseerd op het inspectierapport van de toezichthouders, het ‘Kennisdocument over de rugstreeppad’ van Bij12 (hierna: Kennisdocument), de ‘Quickscan Wet natuurbescherming wijk Dalempolder’ van Econsultancy van 31 maart 2021 (hierna: Quickscan), een ‘Nader onderzoek ecologie wijk Dalempolder te Tholen’ van Econsultancy van 15 juli 2022 (hierna: Nader onderzoek) en een ‘Memo inspectie holtes en beoordeling geschiktheid rugstreeppad’ van Econsultancy van 3 februari 2022 (hierna: Memo).
primair besluit II) heeft GS besloten tot het intrekken van primair besluit I, voor zover dat betrekking had op het gebied ten zuiden van de N286 (inclusief viaduct). In dat gebied was de aanwezigheid van de rugstreeppad volgens GS uitgesloten. Het besluit is in stand gelaten voor zover dat betrekking had op het gebied ten noorden van de N286.
primair besluit III) heeft GS primair besluit I ingetrokken. GS heeft daarbij vermeld:
“Anders dan de voorzieningenrechter oordeelt, blijven wij op het standpunt staan dat het besluit van 16 november 2022 tot toepassing van bestuursdwang, bestaande uit het stilleggen van alle activiteiten binnen het projectgebied Dalempolder te Tholen, terecht was”.GS heeft primair besluit I ingetrokken, omdat de door GS gestelde overtreding als gevolg van de ontheffing van 3 maart 2023 is opgeheven.
2. Hebben eisers procesbelang?
voorafgaand aan de werkzaamhedenvan bewust waren dat de werkzaamheden gevolgen zouden kunnen hebben voor natuurwaarden. Gelet daarop hebben zij Econsultancy ingeschakeld om gedurende langere tijd voorafgaand aan de werkzaamheden ecologisch onderzoek te doen om zich zo op de hoogte te stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen die de werkzaamheden daarop zouden kunnen hebben. De rechtbank acht Econsultancy deskundig op het gebied van natuur om daar onderzoek naar te verrichten. Uit de Quickscan is gebleken dat de rugstreeppad binnen enkele kilometers rondom de onderzoekslocatie is waargenomen en dat binnen het projectgebied geschikt habitat voor de rugstreeppad aanwezig was. Gelet daarop heeft Econsultancy een Aanvullend onderzoek uitgevoerd. Op 25 april 2022, 17 mei 2022 en op 15 juni 2022 is veldonderzoek uitgevoerd. Uit het Nader onderzoek blijkt dat op en in de nabijheid van het projectgebied geen rugstreeppadden zijn waargenomen tijdens die veldonderzoeken. Kolonisatie van het projectgebied kon volgens de onderzoekers echter niet worden uitgesloten, omdat een recente waarneming was gedaan van een rugstreeppad in de nabijheid van het projectgebied en meerdere waarnemingen binnen een straal van drie kilometer. Volgens de onderzoekers bestond de kans dat de rugstreeppad aangetrokken zou worden tot het projectgebied, wanneer daar zand zou worden opgegraven. Om kolonisatie van de rugstreeppad te voorkomen, adviseerden de onderzoekers om een amfibieënscherm te laten plaatsen langs het projectgebied. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat eisers zich voorafgaand aan de werkzaamheden voldoende op de hoogte hebben gesteld van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de nadelige gevolgen die de werkzaamheden daarop zouden kunnen hebben.
uitvoering van de werkzaamhedenalle noodzakelijke maatregelen moeten worden getroffen die in redelijkheid kunnen worden verlangd om nadelige gevolgen te voorkomen en moet men bij de daadwerkelijke verrichting steeds alert zijn op het daadwerkelijk achterwege blijven van de nadelige gevolgen.
De beslissing
- verklaart de beroepen van eisers gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept primair besluit I, II en III;
- draagt GS op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiser 1 te vergoeden;
- draagt GS op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiser 2 te vergoeden;
- veroordeelt GS in de proceskosten van eiser 1 tot een bedrag van € 2.944,-;
- veroordeelt GS in de proceskosten van eiser 2 tot een bedrag van € 2.944,-.