ECLI:NL:RVS:2023:4040
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving tegen reparatie- en onderhoudswerkzaamheden landbouwmachines
Het college van burgemeester en wethouders van Epe wees een handhavingsverzoek af tegen een bedrijf dat tractoren en landbouwmachines repareerde en onderhield aan een perceel in Vaassen. Na verschillende besluiten en een uitspraak van de rechtbank die het college opdroeg opnieuw te beslissen, legde het college een last onder dwangsom op aan het bedrijf. Het bedrijf ging in hoger beroep tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bedrijf wel degelijk procesbelang had bij het hoger beroep omdat het schade stelde te hebben geleden door de besluiten en de rechtbankuitspraak. Het bedrijf voerde aan dat het bestemmingsplan het gebruik voor reparatie- en onderhoudswerkzaamheden toestond, maar de Afdeling stelde vast dat deze werkzaamheden niet onder de toegestane categorieën vielen en dat het bestemmingsplan duidelijk was.
Verder faalde het beroep van het bedrijf op overgangsrecht omdat het onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gebruik van het perceel voor reparatie- en onderhoudswerkzaamheden op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan gelijk was aan het gebruik ten tijde van de handhavingsbesluiten. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van het bedrijf wordt ongegrond verklaard en de handhavingsbesluiten blijven in stand.