Eiser maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen-Chaam was verleend aan een vergunninghouder voor het bouwen van een schuur met bedrijfswoning en het aanleggen van een uitrit op een perceel. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat eiser wel degelijk een rechtstreeks belang heeft bij het besluit. Ondanks dat het perceel van eiser niet aangrenzend is, ligt het op ongeveer 527 meter afstand in een open landschap zonder bebouwing ertussen, waardoor eiser zicht heeft op de bouwwerken. De omvang van het bouwproject en de ruimtelijke uitstraling kunnen gevolgen van enige betekenis voor eiser opleveren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuwe beslissing te nemen waarbij inhoudelijk op de bezwaren van eiser wordt ingegaan. Tevens veroordeelde de rechtbank het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser.