ECLI:NL:RVS:2023:3175
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over weigering tijdelijke omgevingsvergunning schuilschuur in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Altena verleende op 19 maart 2019 een tijdelijke omgevingsvergunning voor een schuilschuur op een perceel in Hank, in afwijking van het bestemmingsplan. Na bezwaar van een omwonende werd deze vergunning op 10 juni 2020 alsnog geweigerd. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit van 10 juni 2020, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat de omwonende ten onrechte als belanghebbende was aangemerkt en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergunning geweigerd kon worden. De Afdeling overwoog dat de omwonende als eigenaar van een aangrenzend perceel terecht als belanghebbende is aangemerkt, omdat hij feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervindt.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college voldoende had toegelicht dat het bouwplan leidt tot aantasting van natuurwaarden en dat nut en noodzaak van de omvang van de schuilschuur onvoldoende was onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.