ECLI:NL:RBZWB:2024:5557
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering WIA-uitkering na auto-ongeval wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, die sinds een auto-ongeval op 1 november 2019 als horecamedewerker uitviel, verzocht om een WIA-uitkering die het UWV op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid weigerde. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard omdat het UWV pas in beroep alle relevante beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft opgenomen.
De medische beoordeling door de verzekeringsarts b&b en aanvullend medisch advies leidde tot een lichte aanpassing van de beperkingen, maar de rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende onderbouwd. De arbeidsdeskundige stelde dat de geselecteerde functies passend zijn voor eiser, ondanks diens klachten over pijn, concentratieproblemen en overprikkeling.
De rechtbank concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht onder de 35% was vastgesteld, waardoor de WIA-uitkering terecht werd geweigerd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en een deel van de proceskosten, waaronder een redelijke vergoeding voor de door eiser ingeschakelde medisch adviseur.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de arbeidsongeschiktheid onder de 35% blijft.