Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de minister
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Bij brief van 27 oktober 2023 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de omzetting van de prestatiebeurs naar een lening. De minister heeft dit opgevat als een verzoek om omzetting van de prestatiebeurs in een gift. Bij besluit van 5 december 2023 (het primaire besluit) heeft de minister dit verzoek afgewezen, omdat de diplomatermijn van 10 jaar is overschreden en de hardheidsclausule niet van toepassing is. Eiser is tegen dit besluit opgekomen.
Bij het bestreden besluit van 29 januari 2024 heeft de minister het bezwaarschrift ongegrond verklaard. Eiser is een prestatiebeurs toegekend voor een opleiding in het hoger onderwijs. Deze prestatiebeurs kan worden omgezet in een gift als binnen de diplomatermijn van 10 jaar het afsluitend diploma van een opleiding in het hoger onderwijs is behaald. Het recht op studiefinanciering ging in op 1 oktober 2011 en liep daarom tot 30 september 2021. Eiser heeft op 4 juli 2022 het afsluitend diploma [HBO-opleiding 2] behaald, oftewel buiten de diplomatermijn. Daarom kan de prestatiebeurs niet worden omgezet in een gift.
De informatie op de website van DUO is niet onjuist, er is sprake van twee verschillende diplomatermijnen. De diplomatermijn voor het hoger onderwijs was al gestart toen eiser met de nieuwe diplomatermijn van de Mbo-opleiding startte. De diplomatermijn voor het hoger onderwijs liep dan ook door. Er is geen sprake van rechtsongelijkheid, omdat eisers situatie niet hetzelfde is als studenten die eerst met een Mbo-opleiding starten en daarna met een Hbo-opleiding starten. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 5.16 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000), omdat er geen verklaring als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel is overgelegd. Het volgen van een Mbo-opleiding wordt niet gezien als een bijzondere omstandigheid waarvoor verlenging van de diplomatermijn mogelijk is.
In het kader van de hardheidsclausule heeft de wetgever de diplomatermijn ruim voldoende gevonden om studievertraging op te vangen. Dat eiser eerst een jaar een Hbo-opleiding heeft gevolgd, een jaar heeft gewerkt en een vierjarige Mbo-opleiding heeft gevolgd, is een keuze waarvan de gevolgen voor zijn rekening en risico komen. Tot slot maakt het niet uit hoe lang eiser studiefinanciering heeft ontvangen, omdat de diplomatermijn start op de eerste dag van de maand dat studiefinanciering wordt toegekend.
Beoordeling door de rechtbank
Onjuiste informatieverstrekking
Rechtsongelijkheid
Redelijkheid en billijkheid
Conclusie en gevolgen
Eiser heeft € 184,- aan verletkosten opgevoerd, waarvan drie uur wegens het bijwonen van de zitting en met als onderbouwing een loonstrook. Omdat de zitting een uur heeft geduurd en de reisafstand beperkt is doordat eiser in Breda woont, acht de rechtbank anderhalf uur redelijk. Daarbij zal de rechtbank het uurloon op de loonstrook van € 22,41 hanteren, omdat de € 0,35 die eiser meerekent volgens de loonstrook een eenmalige uitkering betreft. Er is verder geen reden om het uurloon af te ronden naar € 23,-. Het bedrag van € 115,- aan voorbereidingen is in het geheel niet onderbouwd en komt daarom niet voor vergoeding in aanmerking. Dat betekent dat in totaal € 33,62 aan verletkosten voor vergoeding in aanmerking komt.
Eiser heeft € 50,- aan andere kosten opgevoerd, bestaande uit kopieerkosten, post en kantoorkosten. Ook dit bedrag is in het geheel niet onderbouwd en komt daarom niet voor vergoeding in aanmerking.
Er is geen sprake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.