ECLI:NL:CRVB:2023:1928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omzetting prestatiebeurs in gift wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht de minister om zijn prestatiebeurs om te zetten in een gift omdat hij niet binnen de diplomatermijn van tien jaar was afgestudeerd, met als reden onvoldoende begeleiding tijdens zijn afstudeerperiode en onverwachte studievertraging.
De minister weigerde dit verzoek omdat de Hogeschool van Amsterdam het verzoek niet ondersteunde en er geen aanwijzingen waren dat appellant in zijn afstudeerperiode bijzondere omstandigheden had ervaren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het besluit van de minister.
In hoger beroep stelde appellant dat de minister coulance moest betrachten, maar de Raad overwoog dat de wetgever een vaste diplomatermijn van tien jaar hanteert en dat persoonlijke keuzes, zoals vier jaar voltijds werken zonder studie, geen bijzondere omstandigheden vormen. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit standhoudt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en appellant kreeg het griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door J. Brand en uitgesproken op 18 oktober 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van de minister wordt bevestigd.