Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 oktober 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst.
Inleiding
Feiten
€ 627.264
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een drinkwaterbedrijf verantwoordelijk voor de drinkwatervoorziening in Limburg, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) over de jaren 2017-2021, gebaseerd op 13 aansluitingen. De inspecteur handhaafde ook een verzuimboete en belastingrente. Belanghebbende voerde aan dat het gehele complex van grondwaterpompstations, waterproductielocaties, onthardingsinstallaties en waterleidingen als één WOZ-object en dus één aansluiting moet worden beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat de verschillende eigendommen van belanghebbende, hoewel verspreid, een onmiskenbaar geografisch en organisatorisch samenhangend geheel vormen dat dient voor één doel: de levering van schoon drinkwater. Dit leidt tot de conclusie dat er sprake is van één samenstel als bedoeld in artikel 16, onderdeel d, WOZ en daarmee één aansluiting volgens artikel 47 WBM Pro. De naheffingsaanslag, belastingrentebeschikking en boetebeschikking worden daarom vernietigd.
Verder wijst de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de boeteprocedure. Daarnaast wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van in totaal €3.176,50 aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 9 oktober 2024.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag, belastingrentebeschikking en boetebeschikking en kent een immateriële schadevergoeding toe.