Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda, dat hun verzoek om planschadevergoeding wegens een gewijzigd planologisch regime voor hun perceel heeft afgewezen. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het college het verzoek op juiste gronden heeft afgewezen.
De feiten betreffen een perceel in Breda dat in 2005 werd gekocht met een woonbestemming. Later wijzigde het bestemmingsplan meerdere malen, waarbij het perceel eerst een bedrijfsbestemming kreeg en vervolgens weer een woonbestemming met de mogelijkheid tot bouw van zes woningen. Eisers dienden in 2022 een verzoek om planschadevergoeding in, dat in 2023 werd afgewezen omdat de getaxeerde schade lager was dan het normaal maatschappelijk risico.
De rechtbank toetste het besluit aan de Wet ruimtelijke ordening, die nog van toepassing is vanwege overgangsrecht. Eisers voerden aan dat het college onjuiste vergelijkingen maakte tussen bestemmingsplannen en dat het schadebedrag te laag was vastgesteld, met name vanwege privacyverlies. De rechtbank oordeelde dat het college terecht het juiste oude en nieuwe bestemmingsplan heeft vergeleken, flexibiliteitsbepalingen correct heeft betrokken bij de voorzienbaarheid en het deskundigenadvies zorgvuldig heeft gehanteerd. Het normaal maatschappelijk risico was hoger dan de schade, waardoor het verzoek terecht werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van griffierecht of proceskosten af.