ECLI:NL:RBZWB:2024:7261
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur, waarbij de hoogte van de handelsinkoopwaarde en de waardevermindering wegens schade aan een Volvo V60 centraal stonden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade en de inspecteur de koerslijst van Xray terecht als uitgangspunt heeft genomen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de inspecteur niet bewust een standpunt over de schade heeft ingenomen.
De rechtbank berekent een hogere verschuldigde BPM dan in de naheffingsaanslag, maar laat deze in stand. Daarnaast kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de inspecteur en de Staat ieder voor de helft aansprakelijk worden gesteld. Proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding worden eveneens toegewezen, maar het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM gehandhaafd, met toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.