ECLI:NL:RBZWB:2024:7263
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag BPM met toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van €7.114 opgelegd door de inspecteur. De inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
Belanghebbende had een taxatierapport overgelegd dat door de inspecteur werd verworpen. De inspecteur paste de forfaitaire afschrijvingstabel toe, wat leidde tot de naheffingsaanslag. De rechtbank volgt de jurisprudentie en concludeert dat de herleidingsmethode niet kan worden toegepast, waardoor de aanslag terecht is opgelegd.
Belanghebbende verzocht tevens om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateert een overschrijding van ongeveer vier maanden en kent een schadevergoeding van €500 toe, waarvan €250 door de inspecteur en €250 door de Staat worden betaald. Daarnaast krijgt belanghebbende een vergoeding van proceskosten voor het indienen van dit verzoek.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding toe en bepaalt de verdeling van de kostenvergoedingen. Het griffierecht wordt niet vergoed vanwege de timing van het verzoek.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard, naheffingsaanslag BPM gehandhaafd, immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.