ECLI:NL:RBZWB:2024:7267
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag BPM zonder waardevermindering schade
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van € 5.219 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betreft de toepassing van de herleidingsmethode en de vraag of een waardevermindering wegens schade aan de auto in aanmerking moet worden genomen. De rechtbank stelt vast dat de historische nieuwprijs, handelsinkoopwaarde en bruto BPM niet in geschil zijn.
Belanghebbende voerde aan dat de waardevermindering wegens schade onvoldoende werd erkend, onderbouwd met een taxatierapport en foto's. De inspecteur liet een hertaxatie uitvoeren die geen schade constateerde. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade en wijst het verzoek af.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar met vier maanden is overschreden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding van € 500 toe, waarvan € 375 voor rekening van de inspecteur en € 125 voor rekening van de Staat komen. Proceskosten voor het verzoek worden eveneens deels vergoed. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende ontvangt een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.