ECLI:NL:RBZWB:2024:7316
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Borm
- Rechtspraak.nl
Afwijzing billijke vergoeding en loonvorderingen na langdurige arbeidsongeschiktheid
De werknemer was sinds 2004 in dienst en werkte als teamleider in de zorgsector. Na langdurige ziekte en medische behandelingen was zij slechts beperkt belastbaar en kon zij niet structureel worden herplaatst binnen de organisatie. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV opgezegd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.
De werknemer vorderde onder meer een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever in het re-integratietraject en betaling van achterstallig loon over meer uren dan de overeengekomen 36 uur per week. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, hetgeen ook door het UWV werd bevestigd. Hoewel het arbeidsdeskundig onderzoek en het tweede spoor traject vertraagd waren, kwalificeerde dit niet als ernstig verwijtbaar handelen.
Verder stelde de werknemer dat zij structureel 40 uur per week werkte en daarvoor betaald diende te worden, maar de werkgever ontkende dat er een opdracht tot overwerk was gegeven. Het rechtsvermoeden van arbeidsomvang werd verworpen omdat de werknemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij structureel meer uren had gewerkt op opdracht van de werkgever.
De kantonrechter wees alle vorderingen af en veroordeelde de werknemer in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: Verzoek tot billijke vergoeding en loonvorderingen worden afgewezen; werknemer veroordeeld in proceskosten.