Eiser, een politieaspirant, maakte bezwaar tegen de verlenging van zijn tijdelijke aanstelling door de korpschef, omdat hij meent dat hij alle onderdelen van de opleiding succesvol heeft afgerond en dat de Prof-fit test onrechtmatig is.
De rechtbank oordeelt dat de korpschef bevoegd was de tijdelijke aanstelling te verlengen zolang de opleiding niet volledig was afgerond, conform artikel 3, zesde lid en artikel 2c, eerste lid van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). De Prof-fit test maakt deel uit van het curriculum en valt onder de bevoegdheid van de politieacademie, niet van de korpschef.
De rechtbank stelt vast dat eiser pas na het afronden van zijn opleiding op 13 december 2023 in vaste dienst kon worden aangesteld. De exceptieve toetsing van de OER 2022 en de Prof-fit test faalt omdat eiser geen concrete strijd met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen heeft onderbouwd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft staan, en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 16 oktober 2024.