De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 november 2024 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke belastinggeschil tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst. Het geschil betreft het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van 2 november 2021, waarin het bezwaar tegen het conceptrapport boekenonderzoek kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank overweegt dat het conceptrapport boekenonderzoek geen beschikking is waartegen bezwaar kan worden gemaakt, waardoor de inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Belanghebbende heeft meerdere verzoeken tot uitstel en wrakingsverzoeken ingediend, die door de rechtbank zijn afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en misbruik van wrakingsrecht.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door de inspecteur. Tevens wordt het beroep ongegrond verklaard, waardoor belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.