ECLI:NL:RBZWB:2024:7835
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar naheffingsaanslag parkeerbelasting ongegrond verklaard
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. De heffingsambtenaar had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening, maar de rechtbank constateert dat de gemachtigde van belanghebbende tijdig bezwaar had ingediend.
Ondanks deze onjuistheid heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag ambtshalve vernietigd, omdat de auto was aangemeld in een onjuiste parkeerzone waarvoor hetzelfde of een hoger tarief geldt en de parkeerbelasting voldoende was voldaan. Hierdoor is feitelijk aan het bezwaar tegemoetgekomen.
Belanghebbende vordert ook een proceskostenvergoeding, maar de rechtbank oordeelt dat hiervoor geen aanleiding bestaat omdat de naheffingsaanslag niet onrechtmatig door het bestuursorgaan is opgelegd, maar het gevolg is van het eigen handelen van belanghebbende.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht, mede omdat het bezwaar feitelijk al is gehonoreerd door de ambtshalve vernietiging van de aanslag.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.