ECLI:NL:RBZWB:2024:8152

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 november 2024
Publicatiedatum
29 november 2024
Zaaknummer
BRE 23/1075
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens ontbreken van een besluit in bestuursrechtelijke belastingzaak

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een WOZ-beschikking en een aanslag onroerendezaakbelasting. De heffingsambtenaar stuurde een brief waarin werd medegedeeld dat het bezwaar onder een foutief aanslagnummer was geregistreerd, maar inmiddels onder het juiste nummer werd behandeld. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze brief.

De rechtbank oordeelt dat deze brief slechts een administratieve mededeling betreft en geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat tegen een dergelijke mededeling geen bezwaar of beroep openstaat, is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.

Daarnaast heeft de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn afgewezen, omdat de mededeling over de administratieve correctie geen aanleiding geeft tot spanning of frustratie die vergoeding rechtvaardigt.

De rechtbank wijst erop dat het bezwaar inmiddels onder het juiste aanslagnummer is behandeld en dat tegen die beslissing een apart beroep is ingesteld onder een ander zaaknummer.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1075

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] BV, uit [plaats 1], belanghebbende

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen brief van de heffingsambtenaar van 7 februari 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Belanghebbende heeft een bezwaarschrift ingediend tegen de WOZ-beschikking voor het [object] te [plaats 2] met [aanslagnummer] alsmede de gelijktijdig opgelegde aanslag onroerendezaakbelasting.
3. De heffingsambtenaar heeft bij brief van 7 februari 2023 belanghebbende laten weten dat het bezwaarschrift per abuis onder een foutief aanslagnummer was geregistreerd, maar dat het inmiddels is hersteld en de procedure verder loopt onder het juiste aanslagnummer. Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld.
4. De heffingsambtenaar voert aan dat er geen sprake is van een besluit waartegen beroep openstaat. De rechtbank zal eerst beoordelen of zij bevoegd is kennis te nemen van het geschil.
Is er sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb?
5. De rechtbank is van oordeel dat de brief van 7 februari 2023 niet meer is dan een administratieve mededeling en er dan ook geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Tegen een dergelijke mededeling staat dan ook geen bezwaar en beroep open. Een rechtsgang bij de belastingrechter staat alleen open met betrekking tot besluiten die zien op een aanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking. Nu dat niet het geval is, is de belastingrechter (kennelijk) onbevoegd.
6. De rechtbank merkt nog op dat het bezwaar onder het juiste aanslagnummer is behandeld en uitspraak op bezwaar is gedaan door de heffingsambtenaar. Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld dat is geregistreerd onder zaaknummer BRE 23/1268.
Immateriële schadevergoeding
7. De gemachtigde heeft verzocht om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn. In dit geval bestaat geen recht op een vergoeding reeds omdat redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat belanghebbende spanning en frustratie heeft ondervonden van de mededeling dat een administratieve fout wordt rechtgezet en haar bezwaar onder het juiste aanslagnummer wordt geregistreerd en behandeld. [1]

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart zich onbevoegd;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 29 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Vgl. Hoge Raad 5 november 2021, EcLI:NL:HR:2021:1660.