ECLI:NL:RBZWB:2024:8245
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag OZB woning in Tilburg
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn appartement te Tilburg, vastgesteld op €401.000 op de waardepeildatum 1 januari 2022, en tegen de daarmee samenhangende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) 2023. De rechtbank heeft het beroep behandeld, waarbij belanghebbende niet is verschenen, maar de heffingsambtenaar wel vertegenwoordigd was.
De rechtbank heeft de onderbouwing van de heffingsambtenaar getoetst, die de waarde heeft bepaald via een taxatiematrix met referentiewoningen in de buurt. De gebruikte referentiewoningen zijn naar oordeel van de rechtbank voldoende vergelijkbaar en de heffingsambtenaar heeft naar behoren rekening gehouden met verschillen in ligging, voorzieningen en onderhoudstoestand. Belanghebbende heeft een eigen taxatierapport overgelegd met een lagere waarde van €303.000, maar dit rapport biedt onvoldoende inzicht in de vergelijking met referentiewoningen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar het motiveringsbeginsel niet heeft geschonden en dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter V.M. Schotanus op 3 december 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde en aanslag blijven gehandhaafd.