Belanghebbende is erfgenaam en executeur van een nalatenschap na het overlijden van zijn moeder in 2022. Na ontvangst van een aangiftebrief erfbelasting moest hij de aangifte vóór 10 juli 2023 indienen. Hoewel belanghebbende de aangifte tijdig ondertekende en de notaris inschakelde, werd de aangifte op 12 juli 2023 ontvangen, enkele dagen te laat. De inspecteur legde daarop een aanslag erfbelasting op met inbegrip van belastingrente.
Belanghebbende betwistte de belastingrente, stellende dat bijzondere omstandigheden zoals meerdere sterfgevallen binnen de familie en vertraging door de notaris de overschrijding verschoonbaar maken. De rechtbank oordeelde echter dat de wettelijke termijn strikt is en dat de verschoonbare termijnoverschrijding niet van toepassing is op aangiften, alleen op bezwaar- en beroepschriften.
De rechtbank wees ook het beroep af dat de renteperiode verkort moest worden, omdat de wetgever expliciet de rente koppelt aan de invorderbaarheidsdatum van de aanslag. De berekening van de belastingrente over 77 dagen tot een bedrag van €1.089 werd als juist beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht niet teruggegeven en proceskosten niet vergoed.