Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
€ 1.442.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende stelde de inspecteur in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op bezwaren tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020 en 2021. De inspecteur deed alsnog uitspraak op bezwaar in november 2023. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen over 2020 niet-ontvankelijk vanwege deze beslissing, maar nam wel een beslissing over de dwangsommen.
Partijen bereikten een compromis over de aanslag 2020 waarbij het box 1-inkomen gelijk bleef en het box 3-inkomen op nihil werd gesteld, met een overeenkomstige verlaging van de belastingrente. Het beroep tegen de aanslag 2021 werd ongegrond verklaard omdat deze juist was vastgesteld.
De rechtbank stelde voor beide jaren de maximale dwangsom van €1.442 vast wegens het niet tijdig beslissen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf respectievelijk 4 oktober 2023 en 3 november 2023 tot betaling. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €1.220,10 en vergoeding van het griffierecht van €101 aan belanghebbende.
De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier S. Panah op 12 december 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De uitspraak wordt pas uitvoerbaar na onherroepelijkheid.
Uitkomst: De aanslag IB/PVV 2020 wordt verminderd, dwangsommen en wettelijke rente worden vastgesteld en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding en griffierecht.