ECLI:NL:HR:2020:1774
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum wettelijke rente over dwangsom bij te late beschikking bestuursorgaan
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een beschikking en aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Helmond. Na het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar stelde belanghebbende de heffingsambtenaar in gebreke. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar een dwangsom verschuldigd was en dat wettelijke rente hierover pas vanaf vier weken na het hofarrest verschuldigd was.
De Hoge Raad stelde vast dat op grond van de Awb de dwangsom uiterlijk binnen twee weken na de laatste dag van de dwangsomperiode moet worden vastgesteld en dat wettelijke rente verschuldigd is vanaf het moment dat de betaling had moeten plaatsvinden, namelijk zes weken na de beschikking. Dit betekent dat de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 verschuldigd is, omdat de dwangsom uiterlijk op 7 maart 2018 vastgesteld had moeten worden.
De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het hof voor zover het de wettelijke rente betrof en bepaalde dat de heffingsambtenaar wettelijke rente moet betalen vanaf 18 april 2018 tot de dag van volledige betaling. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De heffingsambtenaar moet wettelijke rente betalen over de dwangsom vanaf 18 april 2018 tot de dag van volledige betaling.