ECLI:NL:RBZWB:2024:8601
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Veere
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Veere. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €591.000 per 1 januari 2022. Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €433.000 zou moeten zijn. De rechtbank beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld en of de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de waarderingsgrondslagen.
Belanghebbende stelde dat de heffingsambtenaar niet voldeed aan zijn verplichting op grond van artikel 40 van Pro de Wet WOZ om bepaalde gegevens te verstrekken, waardoor hij niet goed kon controleren. De rechtbank oordeelde dat er weliswaar sprake was van een schending van artikel 40 tijdens Pro de bezwaarprocedure, maar dat deze schending in beroep was hersteld en belanghebbende daardoor niet langer benadeeld was. Daarom was geen proceskostenvergoeding op zijn plaats.
De rechtbank vond de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en dat de heffingsambtenaar de verschillen tussen de woningen adequaat had verwerkt in de waardering. Ook was de toegepaste indexering volgens de rechtbank correct en in lijn met de systematiek van de Wet WOZ. De waarde van €591.000 werd niet te hoog geacht en het beroep werd ongegrond verklaard. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €591.000 blijft gehandhaafd.