Eisers verzochten handhaving tegen [b.v.] vanwege het illegaal uitbreiden van een bedrijfsterrein in strijd met het bestemmingsplan en geluidsoverlast door vrachtverkeer. Het college wees het verzoek af omdat er sprake was van concreet zicht op legalisatie door een lopende vergunningaanvraag.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht handhavend optreden heeft geweigerd, maar dat het college een dag heeft gemist in de berekening van de dwangsommen voor het niet tijdig beslissen op bezwaar. Hierdoor is het dwangsombedrag te laag vastgesteld.
De rechtbank vernietigt het besluit over de dwangsommen en veroordeelt het college tot betaling van een aanvullende dwangsom van €23,-, evenals het vergoeden van griffierecht en proceskosten aan eisers. Het beroep tegen het handhavingsbesluit wordt afgewezen, het beroep tegen de dwangsombeschikking wordt gegrond verklaard.