Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- cliënte die apart op haar kamer is gehoord,
- de advocaat;
- mevrouw [naam 1] , als behandelaar;
- [naam 2] , verpleegkundige;
- mevrouw [naam 3] , dochter van cliënte.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor een cliënte met een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. De cliënte verzette zich tegen de opname en wilde naar huis, terwijl de behandelaar, verpleegkundige en dochter het noodzakelijk achtten vanwege haar ernstige cognitieve stoornissen en de risico's die zij loopt.
Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, werd de cliënte apart gehoord. De rechtbank nam de medische verklaringen en de verklaringen van betrokkenen mee in haar beoordeling. Geconstateerd werd dat de cliënte ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, zoals risico op lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om dit ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. Hoewel de vorige machtiging was verlopen, werd op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad geoordeeld dat het verzoek als opvolgende machtiging kon worden gezien en werd de machtiging voor de duur van één jaar toegekend, lopende tot 2 oktober 2025.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van één jaar toegekend ondanks verzet van cliënte.