ECLI:NL:RBZWB:2024:8925
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM na geschil over waardering Audi Q5
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Audi Q5 en betaalde € 4.203. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op van € 4.773 plus € 1 belastingrente, welke werd gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de naheffingsaanslag te hoog was vastgesteld.
De kern van het geschil betrof de waardering van de auto, waarbij belanghebbende een taxatierapport overlegde met een lagere handelsinkoopwaarde door schade, terwijl de inspecteur een hertaxatie liet uitvoeren zonder schadevaststelling. De rechtbank verwierp het beroep op de herleidingsmethode en stelde vast dat geen sprake was van meer dan normale gebruiksschade, waardoor de koerslijstmethode van Xray kon worden toegepast.
De rechtbank stelde de historische nieuwprijs vast op € 120.092 en de handelsinkoopwaarde op € 41.722, leidend tot een bruto BPM van € 26.290 en een verschuldigde BPM van € 9.133 minus leeftijdskorting. De naheffingsaanslag werd verminderd tot € 4.569. Tevens kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter Willems-Ruesink en griffier De Fouw op 23 december 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM is verminderd tot € 4.569 en belanghebbende krijgt een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.