ECLI:NL:RBZWB:2024:8927
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag BPM met toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €404 die de inspecteur oplegde vanwege een te laag opgegeven CO2-uitstoot bij de registratie van een Renault Captur. De inspecteur handhaafde de aanslag, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is omdat de herleidingsmethode die belanghebbende aanvoert niet kan worden toegepast, verwijzend naar relevante jurisprudentie en adviezen. De naheffingsaanslag is terecht en correct vastgesteld.
Daarnaast heeft belanghebbende een verzoek ingediend voor immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar voor de afhandeling van het bezwaar. De rechtbank constateert een overschrijding van ongeveer vier maanden en kent een schadevergoeding van €500 toe, waarbij de inspecteur en de Staat ieder voor een deel aansprakelijk worden gehouden.
Ook worden proceskosten toegekend voor de rechtsbijstand bij het verzoek om schadevergoeding. Het griffierecht wordt niet vergoed omdat de termijnoverschrijding op het moment van een relevante Hoge Raad-uitspraak nog niet was ingetreden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, veroordeelt de inspecteur en de Staat tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten, en sluit daarmee de procedure af.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding van €500 aan belanghebbende.