Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
€ 10.000,00 aan immateriële schade gevorderd, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast is verzocht om de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van