Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
16 juni 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een 17-jarig meisje dat door de verdachte uit een gesloten jeugdpsychiatrische instelling werd gehaald en betrokken raakte bij prostitutie. De verdachte werd onder meer beschuldigd van mensenhandel ten aanzien van een minderjarige en het opzettelijk onttrekken van de minderjarige aan het wettig gezag.
In cassatie werd onder meer betoogd dat de moeder van het slachtoffer onterecht zonder beëdiging een verklaring had afgelegd en dat de bewijsvoering onvoldoende was om aan te tonen dat de verdachte wist dat het slachtoffer minderjarig was bij de onttrekking aan het gezag.
De Hoge Raad oordeelde dat de moeder geen getuigenverklaring had afgelegd maar een slachtofferverklaring had voorgelezen in het kader van spreekrecht, wat toelaatbaar is zonder beëdiging. Verder is voor mensenhandel niet vereist dat het opzet zich uitstrekt tot de leeftijd van het slachtoffer. Voor het delict onttrekking aan gezag is de minderjarigheid niet geobjectiveerd, zodat opzet ten aanzien van de leeftijd bewezen moet worden.
De bewijsvoering was onvoldoende om het opzet van de verdachte te bewijzen dat hij wist dat het slachtoffer minderjarig was op het moment van onttrekking. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor dit onderdeel en wees de zaak terug voor hernieuwde berechting. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest voor onttrekking aan gezag wegens onvoldoende bewijs en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.