Eiseres heeft op 29 november 2023 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling op 29 november 2024 die op 2 december 2024 is ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het grote aantal aanvragen stelt de rechtbank een termijn van negen weken na verzending van deze uitspraak voor de vooraankondiging, gevolgd door een termijn van zes weken voor een zienswijze van eiseres en daarna twee weken voor het definitieve besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van de termijnen, met een maximum van €15.000. De reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Verweerder moet tevens het griffierecht van €53 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 10 maart 2025.