ECLI:NL:RBZWB:2025:1518
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en etikettering restaurantgedeelte als ondernemingsvermogen
Belanghebbenden, een gehuwd stel en firmanten in een V.O.F., voerden beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (Zvw) over 2018 en 2019. Het geschil betrof onder meer de vraag of het restaurantgedeelte van hun pand als verplicht buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen moet worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur over een nieuw feit beschikte dat navordering rechtvaardigt, omdat de aangiften over 2018 automatisch waren opgelegd zonder nader onderzoek. De rechtbank oordeelde dat het restaurantgedeelte van het pand zelfstandig rendabel te maken is en daarom verplicht tot het ondernemingsvermogen behoort, ook al is het pand juridisch niet gesplitst.
Verder werd geoordeeld dat de belastingrente terecht en correct was berekend en opgelegd. De beroepen van belanghebbenden werden ongegrond verklaard, waardoor zij geen recht hadden op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en aanslagen zijn terecht opgelegd en het restaurantgedeelte is verplicht ondernemingsvermogen.