ECLI:NL:RBZWB:2025:1597
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag IB/PVV en belastingrente bij ziektewetuitkering zonder dienstbetrekking
Belanghebbende ontving in 2022 een ziektewetuitkering van het UWV en gaf deze op als inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking in haar aangifte IB/PVV. De inspecteur kwalificeerde deze uitkering als inkomen uit vroegere dienstbetrekking en legde op die basis een aanslag op, inclusief belastingrente. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht is afgeweken van de aangifte en de uitkering als inkomen uit vroegere dienstbetrekking moet worden aangemerkt, omdat belanghebbende onvoldoende feiten heeft aangeleverd die het tegendeel aannemelijk maken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het volgen van de aangifte in het voorgaande jaar geen bindend vertrouwen schept zonder bijkomende omstandigheden.
Ook is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat het onderscheid tussen ziektewetuitkeringen en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van zelfstandigen gebaseerd is op wettelijke gronden en een objectieve rechtvaardiging kent. De belastingrente is eveneens terecht in rekening gebracht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2022 en belastingrente blijven ongewijzigd.