ECLI:NL:RBZWB:2025:1826

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 maart 2025
Publicatiedatum
31 maart 2025
Zaaknummer
NL:TZ:0000212008:B001
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Rouwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek bewindvoerder tot beloning voor verhuizing ondanks eerdere hofuitspraak

De bewindvoerder verzocht de kantonrechter om een forfaitaire beloning toe te kennen voor werkzaamheden in verband met de verhuizing van de betrokkene. Volgens de bewindvoerder moet deze vergoeding altijd worden toegekend als er werkzaamheden in het kader van een verhuizing zijn verricht, verwijzend naar een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De kantonrechter beoordeelde dit verzoek aan de hand van artikel 3, vijfde lid, onder b, van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Hieruit volgt dat een forfaitaire beloning voor verhuizing alleen toegekend wordt indien de betrokkene zelf niet in staat is de verhuizing te regelen en er geen mentor is die deze taak kan uitvoeren. Administratieve werkzaamheden rondom de verhuizing vallen onder de normale taken van een bewindvoerder en komen niet voor extra beloning in aanmerking.

Hoewel de bewindvoerder verwees naar de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, oordeelt de kantonrechter dat deze uitspraak niet van toepassing is op de huidige situatie, omdat er geen aanvullende werkzaamheden zijn gesteld die verder gaan dan de standaard administratieve handelingen. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat, binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek van de bewindvoerder tot toekenning van een forfaitaire beloning voor verhuizing wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Toezicht
Locatie Tilburg
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000212008:B001
CBM-nummer
:
BM13654
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
31 maart 2025

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:

[de bewindvoerder] B.V.,adres houdend te [adres] ,hierna te noemen: bewindvoerder,

met betrekking tot:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,wonende te [woonadres] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

1.1
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 27 februari 2025.
1.2
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Verzoek

2.1
Bewindvoerder vraagt om een beloning toe te kennen voor een verhuizing.
2.2
Volgens de bewindvoerder is de verhuiskostenvergoeding is een forfaitair bedrag. Dat wil zeggen dat deze vergoeding altijd moet worden toegekend als de bewindvoerder werkzaamheden heeft verricht in verband met een verhuizing. De bewindvoerder verwijst hiervoor naar de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 februari 2025.

Beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 3, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling beloning) – voor zover hier relevant – kent de kantonrechter naast de jaarbeloning in voorkomende gevallen, in geval er geen mentor is, een forfaitaire beloning toe voor een verhuizing.
3.2.
In de artikelsgewijze toelichting bij de Regeling beloning (Staatscourant 2014, nr. 32149, p. 14) staat bij artikel 3, vijfde lid, onder b, vermeld:
“De werkzaamheden in het kader van een verhuizing vallen in beginsel onder de taak van de mentor. Daarom dient een beloning voor werkzaamheden in het kader van een verhuizing alleen te worden toegekend indien de betrokkene daartoe zelf niet in staat is en er geen mentor is die de verhuizing kan regelen.”
3.3.
In de Aanbevelingen meerderjarigenbewind (vastgesteld op 31 januari 2023) staat in paragraaf C8 over de beloning bij verhuizing vermeld:
“Ten aanzien van de extra beloning in verband met verhuizen geldt dat dit een beloning is voor de inspanningen die een bewindvoerder verricht ten aanzien van de feitelijke verhuizing van de betrokkene. Daarbij kan gedacht worden aan de bewindvoerder die een verhuisbedrijf moet inschakelen, die een schoonmaakploeg moet inhuren en dergelijke, omdat de betrokkene en zijn sociale omgeving of mentor dit niet zelf kunnen regelen. De bewindvoerder moet vermelden waarom de betrokkene dit niet zelf kan. De administratieve werkzaamheden die gepaard gaan met een verhuizing horen tot de normale taak van een bewindvoerder.”
3.4.
Uit bovenstaande blijkt dat de verzochte forfaitaire verhuiskostenvergoeding met name bedoeld is voor werkzaamheden die in eerste instantie door betrokkene zelf moeten worden uitgevoerd. Als dat niet kan, dan is het aan de mentor en pas als die er niet is, aan de bewindvoerder om de verhuiswerkzaamheden te (laten) verrichten. De uitleg die de bewindvoerder geeft aan de Regeling beloning is niet logisch, want uit de artikelsgewijze toelichting op de Regeling beloning volgt dat de bewindvoerder geen recht heeft op de beloning als er een mentor is die de verhuizing kan regelen. Ook in die situatie moet de bewindvoerder administratieve werkzaamheden rondom de verhuizing verrichten. Het gaat hier kortom dus niet om een beloning voor de administratieve handelingen die een bewindvoerder altijd dient te verrichten als een cliënt verhuist.
3.5.
Verzoeker heeft nog verwezen naar de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 februari 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:563). In deze uitspraak heeft het Hof geoordeeld dat zodra er sprake is van een verhuizing en er geen mentor is die betrokkene bij de verhuizing kon ondersteunen de bewindvoerder de aangewezen persoon is om dat te doen en dat dan de betreffende forfaitaire beloning wordt toegekend.
3.6.
De kantonrechter gaat voorbij aan de uitspraak van het Hof. Anders dan het Hof is de kantonrechter namelijk van oordeel dat de administratieve handelingen die een bewindvoerder altijd dient te verrichten bij de verhuizing van een cliënt (of er nu wel of geen mentor is) vallen onder de standaardwerkzaamheden van een bewindvoerder en daarmee niet onder de werkzaamheden vallen waarvoor de regeling een beloning bij verhuizing toekent.
3.7.
Nu verzoeker geen andere werkzaamheden dan de genoemde administratieve handelingen heeft gesteld, wordt niet voldaan aan voornoemd criterium. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Rouwen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2025.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.