ECLI:NL:RBZWB:2025:2029
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen WOZ-waarde woning wegens schending artikel 40 Wet WOZ en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning op €760.000 per 1 januari 2023, die tevens leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aan zijn verplichtingen uit artikel 40 Wet Pro WOZ heeft voldaan door niet alle relevante gegevens te verstrekken, waardoor belanghebbende benadeeld is. Tevens is het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden doordat belanghebbende geen termijn kreeg om haar bezwaarschrift te motiveren.
Hoewel de procedurele fouten gegrond zijn verklaard, blijft de WOZ-waarde van €760.000 gehandhaafd. De rechtbank baseert dit op de aankoopprijs van de woning kort voor de waardepeildatum en een vergelijking met referentieobjecten. De door belanghebbende aangevoerde omstandigheden en economische ontwikkelingen bieden onvoldoende grond om de waarde te verlagen.
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak op bezwaar blijft rechtsgevolg behouden. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Beroep gegrond wegens schending artikel 40 Wet WOZ en zorgvuldigheidsbeginsel, WOZ-waarde en aanslag blijven gehandhaafd, heffingsambtenaar veroordeeld tot proceskostenvergoeding en griffierecht.