ECLI:NL:RBZWB:2025:2069
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag IB/PVV en verzuimboete wegens niet-ingediende aangifte 2020
Belanghebbende, enig aandeelhouder en bestuurder van een Nederlandse vennootschap, heeft voor 2020 geen aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) ingediend, ondanks uitnodigingen en aanmaningen. De inspecteur stelde daarom een aanslag vast op basis van een redelijke schatting volgens de gebruikelijkloonregeling van €46.000, legde belastingrente en een verzuimboete op.
De rechtbank oordeelt dat door het niet doen van aangifte omkering en verzwaring van de bewijslast geldt. De inspecteur heeft een redelijke en niet-willekeurige schatting gemaakt, gelet op de bestuursfunctie van belanghebbende en de activiteiten van de vennootschap en maatschap. Belanghebbende heeft onvoldoende tegenbewijs geleverd, zijn enkele stelling over verlies is niet onderbouwd.
De opgelegde verzuimboete is passend vanwege stelselmatig verzuim en geen sprake van afwezigheid van alle schuld. Het zorgvuldigheidsbeginsel is niet geschonden en een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard, de aanslag, boete en rente blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag, verzuimboete en belastingrente blijven in stand.