Verzoeker exploiteert sinds 2012 een horecabedrijf en kreeg een Alcoholwetvergunning. De burgemeester trok deze vergunning in december 2024 in wegens slecht levensgedrag, gebaseerd op een veroordeling voor verkrachting in het café tijdens carnaval 2019 en andere incidenten. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat de intrekking willekeurig en onzorgvuldig was, mede omdat de veroordeling nog niet onherroepelijk is en hij het delict ontkent.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester de veroordeling, ondanks het lopende hoger beroep, mocht betrekken bij de beoordeling van het levensgedrag. Het strafbare feit vond plaats in het café en leidde tot ontzegging van het recht om caféhouder te zijn. Dit rechtvaardigt volgens de rechtbank de intrekking van de vergunning vanwege het belang van openbare orde en veiligheid.
De eerdere incidenten wegen zwaarder door de veroordeling en ondersteunen de conclusie dat verzoeker niet voldoet aan het vereiste van goed levensgedrag. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker heeft geen recht op vergoeding van griffierecht of proceskosten.