ECLI:NL:RVS:2022:132
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking drank- en horecavergunning wegens slecht levensgedrag na veroordeling witwassen
De burgemeester van Eindhoven trok op 7 augustus 2018 de drank- en horecavergunning en aanwezigheidsvergunning van appellant in, vanwege een bestuurlijke rapportage waarin sprake was van onverklaarbaar vermogen en een veroordeling voor gewoontewitwassen door de rechtbank Oost-Brabant. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij onschuldig is en de rapportage onjuist is. De burgemeester verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde de intrekking, maar kende appellant een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet van slecht levensgedrag is, dat hij een blanco strafblad heeft en dat de administratie op orde was. Hij benadrukte dat hij nog verdachte is en onschuldig totdat onherroepelijk veroordeeld. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht de veroordeling en bestuurlijke rapportage heeft betrokken bij zijn besluit, ook al was de veroordeling nog niet onherroepelijk. De burgemeester heeft een zelfstandige beoordelingsruimte bij intrekking van vergunningen.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank terecht een schadevergoeding van € 500,- toekende wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaarprocedure. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunningen bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de vergunningen wegens slecht levensgedrag na veroordeling voor gewoontewitwassen.