Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 april 2025 in de zaak tussen
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder
[de vergunninghouder]uit [plaats 3] (vergunninghouder).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- onvoldoende motivering ten aanzien van de Aerius-berekeningen;
- de constructie om een raampartij mogelijk te maken (uitgraving, muur, zand, vloer) maakt constructief onderdeel uit van de woning.
- de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen niet groter wordt dan 250 m²;
- een en ander dient ter compensatie van bij de woning aanwezige te slopen voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, welke al een grotere oppervlakte hebben dan op basis van deze regels aan bijgebouwen is toegestaan en dan alleen voor het meerdere;
- de totale inhoud van de woning op basis hiervan nooit meer mag gaan bedragen dan 900 m³.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage – wettelijk kader
- met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking
- in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of
- in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
.