ECLI:NL:RVS:2021:162
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning voor tuinkamer wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland verleende een omgevingsvergunning aan woningbouwcorporatie Zeeuwland voor een reeds gerealiseerde tuinkamer en schutting op een perceel te Burgh-Haamstede. De vergunning werd aangevochten door een naastgelegen bewoner, appellant, die stelde dat het bouwplan niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan, met name vanwege overschrijding van de toegestane bebouwde oppervlakte van het achtererf.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de oppervlakte van de vergunningvrije schuur niet meegeteld hoefde te worden bij de toetsing aan het bestemmingsplan. Volgens de gewijzigde regelgeving (artikel 2.9 Bor) moeten ook vergunningvrije bouwwerken worden meegeteld.
Door deze correctie bleek dat de totale bebouwde oppervlakte van het achtererf met de tuinkamer de in het bestemmingsplan toegestane maximale oppervlakte overschrijdt. Hierdoor is het bouwplan strijdig met het bestemmingsplan en had het college de vergunning niet mogen verlenen zonder een afwijking van het bestemmingsplan. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens strijd met het bestemmingsplan.