Eiser, voormalig machineoperator, is sinds 2017 arbeidsongeschikt vanwege psychische klachten en een hernia. Na diverse herbeoordelingen stelde het UWV vast dat hij per 1 december 2022 voor 80-100% arbeidsongeschikt is, maar niet duurzaam. Eiser vordert toekenning van een IVA-uitkering op grond van de Wet WIA.
De rechtbank beoordeelt het geschil aan de hand van medische rapportages van verzekeringsartsen van het UWV. Deze rapporten concluderen dat hoewel eiser volledig arbeidsongeschikt is, er nog behandelmogelijkheden bestaan, zoals een herniaoperatie en behandelingen voor depressie (lithium en ECT). Deze behandelingen kunnen binnen het eerste jaar leiden tot verbetering van de belastbaarheid.
Eiser betwist de duurzaamheid van zijn beperkingen en stelt dat de voorgestelde behandelingen geen garantie bieden en dat zijn klachten sinds 2017 niet zijn afgenomen. De rechtbank oordeelt echter dat het UWV terecht is uitgegaan van geobjectiveerde aandoeningen en de prognose van verbetering volgens het stappenplan adequaat is onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is omdat verbetering mogelijk is, en verklaart het beroep ongegrond. Hierdoor bestaat geen recht op een IVA-uitkering en worden de proceskosten niet vergoed.