Eiser heeft op 20 maart 2024 een verzoek ingediend bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van de Wet open overheid (Woo). De minister heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van vier weken een besluit genomen. Eiser stelde de minister op 31 mei 2024 in gebreke en startte vervolgens een beroep bij de rechtbank wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank had bij uitspraak van 15 augustus 2024 bepaald dat de minister binnen vier weken na verzending van die uitspraak alsnog moest beslissen, maar de minister heeft ook daarna geen besluit genomen. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk gegrond en legt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €37.500. De minister moet ook het griffierecht van €194 aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 7 mei 2025.