ECLI:NL:RBZWB:2025:2799

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 mei 2025
Publicatiedatum
9 mei 2025
Zaaknummer
BRE 23/10663
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken kopie bestreden besluit en onduidelijkheid verweerder

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een belastingbesluit, maar heeft geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd bij het beroepschrift. De rechtbank heeft belanghebbende meerdere malen verzocht dit verzuim te herstellen, maar zonder resultaat.

Daarnaast blijkt uit het beroepschrift onvoldoende tegen welk besluit het beroep is gericht en welk bestuursorgaan als verweerder betrokken moet worden. Hierdoor kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordelen.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak, met de optie om een zitting te verzoeken.

Deze beslissing onderstreept het belang van het correct en volledig indienen van beroepsstukken in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een kopie van het bestreden besluit en onvoldoende duidelijkheid over het bestuursorgaan en het besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/10663

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2025 in de zaak van

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende, ontvangen via het digitale portaal op 3 november 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2] Het beroep is wel ontvankelijk als uit het beroepschrift in voldoende mate blijkt welk bestuursorgaan als verweerder in de zaak moet worden betrokken en tegen welk besluit het beroep is gericht. [3]
Heeft belanghebbende tijdig een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd?
4. Belanghebbende heeft geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd. De rechtbank heeft belanghebbende in haar brief van 6 november 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De rechtbank heeft nogmaals in haar bericht van 12 maart 2024 verzocht om binnen twee weken dit verzuim te herstellen. Belanghebbende heeft binnen die termijn geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd.
Is het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Is voldoende duidelijk waar het beroep op ziet?
6. Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift niet vermeld om welke belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking het gaat, om welk belastingjaar of om welk belastingmiddel. Er is alleen een datum van een brief genoemd en de laatste vier cijfers van een kenmerk. De rechtbank kan daarom uit het beroepschrift niet afleiden tegen welk besluit het beroep is gericht.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 9 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.
3.Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:974.