ECLI:NL:RBZWB:2025:2834
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing Nederland over pensioenuitkeringen uit Nederland aan inwoner België
Belanghebbende, woonachtig in België sinds 2007, ontving in 2019 diverse pensioenuitkeringen uit Nederland, waaronder van Aegon en Stichting pensioenfonds Honeywell. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting (IB) op die belanghebbende betwistte. De rechtbank beoordeelde of Nederland het heffingsrecht heeft over deze uitkeringen en of het vertrouwensbeginsel een rol speelt.
De rechtbank stelde vast dat Nederland op grond van artikel 18 van Pro het belastingverdrag met België het heffingsrecht heeft over de Aegon-uitkering en over het deel van de Honeywell-uitkering dat niet progressief in België wordt belast. De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de vrijstellingsverklaring van de inspecteur een voorbehoud bevatte dat bij niet-naleving van voorwaarden de vrijstelling kan worden ingetrokken.
De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €31.924, en de belastingrente dienovereenkomstig aangepast. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en de inspecteur werd verplicht het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2019 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €31.924 en de belastingrente dienovereenkomstig aangepast.